Druk in de Weer blijft een grote stroomslurper. Dankzij voortdurend beknibbelen hebben we onze elektriciteitsrekening een stuk(je) onder de 200000 kWh kunnen houden. Maar dat is natuurlijk nog een flink pak. De machinerie is op dat gebied weinig samendrukbaar. Motoren, sturingen, perslucht, het trekt allemaal flink wat stroom zonder dat er echt alternatieven op de markt zijn. Toch somt de recente energie-audit die bij ons werd uitgevoerd door bureau E-maze een heleboel aanbevelingen op, die we nu één voor één gaan uitvoeren. Het volledige rapport zullen we binnenkort op onze website publiceren.
Voor het bulkverbruik kunnen we voorlopig maar één antwoord verzinnen: 100% groene stroom. Ten eerste hebben we ons dak natuurlijk vol zonnepanelen gelegd, goed voor een eigen productie van 12000 kWh per jaar. En de rest wordt geleverd door Nuon. Volgens contract “voor 100% afkomstig uit hernieuwbare niet-fossiele energiebronnen (zoals wind, zonne-energie, waterkracht enz.). Dat zou dus ook goed moeten zitten, alhoewel die “enzovoort” misschien wel rekkelijk is. Nuon gooit geen hoge ogen in de ranking van Greenpeace, omdat ze niet investeren in groene productie, maar groenestroomcertificaten opkopen in het buitenland. De waarheid is dat Nuon helemaal niets produceert in België. En wel wat waterkracht, wind en zonne-installaties heeft, vooral in Zweden en Nederland. Te weinig waarschijnlijk en ook voor ons kan de omschakeling naar groene energie niet snel genoeg gaan. Maar bij de echte toppers in het klassement (die ook lokaal produceren) kunnen we niet terecht want die leveren niet aan bedrijven, en al zeker geen hoogspanning.
Op gebied van elektriciteit zou Druk in de Weer dus CO2-neutraal moeten zijn. En dat voor een relatief grote verbruiker.
